30-10-07

Bolivia dag 10, dag 1 salartour - leaving for the infinite desert

Valle de los MachosValley of the Moon
Het begin van de hoogtepunt van onze reis. We vertrekken vandaag voor 7 dagen in de bergwoestijnen. 's ochtends na het ontbijt wordt lotje getrokken voor wie bij wie in welke jeep zit en elke dag zal de samenstelling van de jeeps veranderen, alleen steekt net het lot daar soms een stokje voor. Alle rugzakken worden op het dak geladen. We hebben eten, diesel, drank en ander gerief mee voor zeven dagen. In iedere Toyota landcruiser zitten 5 mensen. In de hoofdjeep zit de vrouw aka kokkin er ook bij. De mensen op de achterbank moeten stilzitten wegens de stapels eieren die er liggen. Iedereen is excited.
Natuurlijk duurt het weer een hele poos voor we vertrekken en voor we het dorp uit zijn, maar algauw gaat het omhoog langs de uitgedroogde riverbedding naar de bergen. Een eerste stop houden we op de top van El Sillar, waar we gebriefd worden over het de reis zal verlopen en waar we een ongelofelijk prachtig uitzicht hebben over de Valley of the Moon: een ruw landschap vol kloven, indrukwekkende magnifieke rotsformaties en dito kleurschakeringen. Dat belooft!
Het is een hele dag stof vreten. De jeeps laten veel afstand en dan nog waait het stof via de luchtgaten de auto binnen. Het deert ons niet. Het landscap wisselt enorm. Na de eerste ruwe bergen komen we in een soort van Alitplano waar de herders wonen in schamele nederzettingetjes, die soms zelfs die naam niet waardig zijn. In die 'valleien" is het een stuk minder onherbergzaam omdat er soms wel water stroomt en zfls iets groeit. we lunchen terwijl de jeeps als windscherm dienen. Het kokkinnetje heeft schitternede opgevulde maisbladeren gemaakt. Heerlijk.
Na uren woestijn op een hoogte van ruim 3500m stoppen in het dorpje Polulos, de toegestroomde kinderen vormen meteen het voorwerp van onze camera's zonder dat we ze willen afschrikken. Ballonnen en snoepjes delen we wat uit. Nog later die avond rijden we door het onooglijke dorpje San Pablo de Lípes en uiteinlijk ligt aan de horizon aan de voet van de vulkaanketen in de verte onze bestemming.
Zoals afgesproken laten de chauffeurs ons even voor onze bestemming eruit zodat we te voet kunnen wandelen en zij tijd hebben om alles in gereedheid te brengen. De beweging doet ons deugd. De zon zit bijna loodrecht op onze zij, zo laag staat ze ondertussen en de wind wordt steeds guurder. Ik geniet wel van de bewegiging.

San Antonio de Lípes(4200m) amper enkele tientallen huisjes rond een 'hoofdstraat' en veel ingezakte hutjes. Onze barakken bestaan uit enkele kamers van verschillende bedden. Morgen is het meteen een keuzedag. Deze zat eigenlijk niet in het programma, maar onze gidsen willen dat zeker regelen. Vrijwilligers kunnen morgen de hoogste vulkaan beklimmen: de Uturuncu (6008m). Na lang twijfelen denk ik dat ik het toch maar niet doe. Het alternatief is immers goed genoeg. Nochtans, aan de ene kant heb ik een ferme kans laten schieten. Zeker toen achteraf bleek dat ze de top gehaald hebben ondanks amper adem en een ijzige keiharde vrieswind.

We zitten wat verkleumd aan te schuiven aan tafel maar de heerlijke soep warmt ons echt op. Kort na het eten gaan we slapen. Ook de wc's zijn ijskoud en smerig, de hoop gebruikt naast de pot wc-papier is enorm maar geen mens die daar acht op slaat. 's nachts worden mijn 3 dappere kamergenoten gewekt om te vertrekken naar de vulkaan.

Dag 2 van de Salar

Ik deed geen oog dicht. Tot een gat in de nacht was er lawaai en toen stonden zij op en toen was er lawaai van naburige barakken en toen scheen de zon recht door het kleine raampje. Ik stond dus maar op en stak mijn kop onder de ijskoude waterstraal in de douche. Brrrrr

Het si nog een uur wachten op het ontbijt dat pas rond 7u30 wordt opgediend. We kuieren wat door het dorp waar het stinkt. Volgens ons gebruiken zoals in vele landen gedroogde mest als brandstof voor hun kacheltjes. Het water in het naburige rivertje is bevroren. Het is een zalige ochtend. wat een mooie plek.

Na het verkwikkende ontbijt (Het ontbijt was telkens iets anders: brood dan wel een soort dikke kleine pannekoeken die op eierkoeken leken dan wel soms met fruitsalade of yoghurt met graan, koffie, thee, chocomelk,...) vertrekken we naar de oude stad van San Antonio, de ruïnespookstad, waar je 's nachts geluiden van langvevlogen tijden hoort. Hier huisden de spanjaarden en buitten de lokale bvolking uit inde mijnen. De spanjaarden verliten de stad echter voor de indianen in opstand konden komen en toen werd hte een soort Sodoma en Gomarra met ontucht in meer dan bijbelse proporties als ik de gids goed gebreep en het dan ook zo vertaalde voor de groep. En toen kwam er een oud dametje dat een dodelijke pest verspreidde zodat het dorpje uitstierf. Hoe profetisch kan het zijn, vraag ik me in stilte af?
Al is de laatste bewoner er pas 40 jaar geleden weggetrokken. Nu het enige spannende is het verhaal en ht feit dat er op de berghelling aan de overkant van de ruines Viscachas zitten. jammergenoeg zijn die konijnachtige knaagdieren zo schuw dat ik ze amper in beeld krijg met mijn amper 3.5X zoom.
Over kleine bergweggeltjes gaat de toch verder omhoog. In de kale weidsheid verieken we een rotsformatie en dan rijden we tussen 2 torens van opeengestapelde stenen door naar het hoogste punt: 4855m van waaruit we een zicht hebben op de Vulkaan Uturuncu en het een of ander megameer. Het eerste van de zovele meren en laguna's die we zullen bezoeken.

Hier wordt een obligate fotosessie gehouden en dan rijden we neerwaarts richtgin lago Negro en Laguna Celeste. The Blue Lagoon heeft haar naam niet gestolen....schitternd azuurblauw water dat glinstert in de zon zwemren roze flamincos kwettren relaxed in het water en zicht op de hoogste vulkaan. We rijden een inham op en slaan met open mond dit stukje aardsparadijs gade. De fantastische lunch is meer dan welkom voor onze hongerige magen en na het eten wandel ink ruim een uur tegen de wind richting de kant va nhet meer waar een enorm zwerm flaminco's zit. Ze zijn echter enorm op hun hoede en opeens vliegen ze massaal op.

Na uren indrukwekkende nietsheid omgeven in de onpeilbare verte door bergpieken registreren we ons in het kantoortje van Reserva Natural Eduardo Avaroa: het natuurpark dat we binnen gaan. Een aanhankelijk alpacajong komt blatend op ons afgelopen. Hoe koddig. Meestal zijn lama's echt wel schuw.
Iets na 16u arriveren we uiteindelijk in Quetena Chico, een klein dorpjes met een museum dat we bezoeken en een "feestzaal" waar een orkestje een handvol dansers begeleid. Het is een triestig beeld voor ons Westerlingen. Het is ook bitter koud. Er wordt wel een gasfles op de douche gekoppeld zodat we in serie even warm kunne kunne douchen. Er is een stoof waar we van die rare gedroogde mos in smijten als brandstof. Helaas ontsnapt de warmte langs alle kanten.

LlamaPolulos girl

De commentaren zijn gesloten.